Misschien eet je al zolang je je kunt herinneren maar een beperkt aantal voedingsmiddelen.
Je kiest in een restaurant vooraf wat je veilig kunt bestellen, neemt op reis zelf eten mee of slaat sociale momenten over omdat je niet weet wat er op tafel zal staan.
Anderen noemen je misschien een ‘moeilijke eter’. Zelf vraag je je af waarom eten zoveel spanning, planning of energie vraagt.
ARFID wordt vaak met kinderen geassocieerd, maar de eetstoornis komt ook voor bij volwassenen.
Soms bestaat het eetpatroon al sinds de kindertijd. Bij anderen worden de klachten pas later duidelijk, bijvoorbeeld na een verslikincident, misselijkheid, ziekte of een andere negatieve ervaring met eten.
Wat is ARFID?
ARFID staat voor Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder, in het Nederlands ook wel een vermijdende of restrictieve voedselinnamestoornis genoemd.
Iemand met ARFID vermijdt bepaalde voedingsmiddelen of eet structureel te weinig of te eenzijdig. Dat kan verschillende redenen hebben:
- sterke gevoeligheid voor smaak, geur, kleur, temperatuur of structuur;
- angst voor onaangename gevolgen, zoals verslikken, braken, buikpijn of een allergische reactie;
- weinig interesse in eten of nauwelijks hongersignalen ervaren.
Deze vormen kunnen afzonderlijk voorkomen, maar ook door elkaar lopen.
Een belangrijk verschil met anorexia nervosa is dat de voedselbeperking bij ARFID niet voortkomt uit de wens om af te vallen of uit onvrede over gewicht of lichaamsvorm.
Dat betekent niet dat lichaamsbeeld nooit een rol kan spelen, maar het vormt niet de kern van ARFID.
Hoe kan ARFID eruitzien bij volwassenen?
ARFID is niet altijd zichtbaar aan iemands lichaam. Ook iemand met een stabiel of hoger gewicht kan tekorten ervaren of ernstig beperkt worden door het eetpatroon.
Mogelijke signalen zijn:
- slechts een klein aantal ‘veilige’ voedingsmiddelen kunnen eten;
- volledige productgroepen vermijden;
- veel spanning ervaren bij onbekende gerechten of veranderingen in bereiding;
- maaltijden uitstellen, vergeten of als een verplichting ervaren;
- zeer traag eten of snel verzadigd zijn;
- kokhalzen bij bepaalde geuren, smaken of texturen;
- bang zijn om te stikken, braken of ziek te worden na het eten;
- niet graag bij anderen eten, op restaurant gaan of reizen;
- voedingssupplementen of drinkvoeding nodig hebben om voldoende binnen te krijgen;
- vermoeidheid, tekorten, gewichtsverlies of andere lichamelijke gevolgen ervaren.
Eén signaal betekent niet automatisch dat je ARFID hebt. Het gaat vooral om de combinatie, de ernst en de impact op je gezondheid en dagelijks leven.
“Maar ik eet toch al mijn hele leven zo?”
Net daardoor blijft ARFID bij volwassenen soms lang onder de radar. Een beperkt eetpatroon wordt een gewoonte en de omgeving past zich eraan aan. Je kookt altijd dezelfde maaltijden, controleert vooraf menu’s of zorgt dat je ergens al gegeten hebt.
Die strategieën kunnen op korte termijn rust geven.
Tegelijk kan je wereld steeds kleiner worden.
Een etentje, vakantie, nieuwe relatie of verandering op het werk kan plots duidelijk maken hoeveel van je leven rond eten georganiseerd is.
Schaamte speelt daarbij vaak een rol.
Volwassenen horen geregeld dat ze zich ‘niet moeten aanstellen’ of het gewoon eens moeten proberen.
Maar wanneer angst, afkeer of sensorische overprikkeling meespeelt, is eten niet simpelweg een kwestie van willen.
Wanneer wordt selectief eten een probleem?
Niet iedereen die weinig lust, heeft een eetstoornis.
Professionele hulp kan wel aangewezen zijn wanneer je eetpatroon leidt tot één of meer van deze gevolgen:
- onvoldoende energie of voedingsstoffen binnenkrijgen;
- onbedoeld gewichtsverlies of moeite om een passend gewicht te behouden;
- afhankelijk worden van supplementen of medische bijvoeding;
- lichamelijke klachten of tekorten ontwikkelen;
- sociale activiteiten, relaties, werk of reizen vermijden;
- veel angst, stress of mentale ruimte verliezen aan eten.
Een arts kan lichamelijke oorzaken en mogelijke tekorten onderzoeken, een gespecialiseerde diëtist kan vervolgens samen met jou bekijken wat je momenteel eet, waar de drempels zitten en welke ondersteuning passend is.
Hoe ziet begeleiding bij ARFID eruit?
Begeleiding betekent niet dat je onmiddellijk alles moet leren eten of dat iemand onverwacht ‘verboden’ producten voor je neerzet.
We vertrekken vanuit veiligheid, haalbaarheid en jouw persoonlijke hulpvraag. Afhankelijk van wat er speelt, kan de begeleiding focussen op:
- voldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgen met wat nu al haalbaar is;
- meer structuur aanbrengen wanneer eten weinig interesse oproept;
- inzicht krijgen in sensorische gevoeligheden en veilige producten;
- stap voor stap variatie uitbreiden, zonder te forceren;
- omgaan met angstige gedachten en lichamelijke spanning rond eten;
- praktische strategieën voor werk, restaurantbezoek, reizen of eten bij anderen;
- afstemmen met huisarts, psycholoog of andere betrokken zorgverleners.
De eerste stap is niet per se méér durven.
Soms is de eerste stap simpelweg begrijpen waarom eten zo moeilijk is en samen onderzoeken wat op dit moment werkbaar kan zijn.
Kan begeleiding online?
Online begeleiding kan bij een deel van de volwassenen met ARFID goed aansluiten.
Je kunt gesprekken volgen vanuit je vertrouwde omgeving en oefeningen uitvoeren met producten die je zelf hebt gekozen en voorbereid.
Hulp bij ARFID als volwassene
Herken je jezelf in deze blog en wil je onderzoeken of je eetpatroon meer is dan ‘gewoon kieskeurig zijn’? Binnen Strak Plan begeleidt diëtiste Kim volwassenen met ARFID en andere complexe moeilijkheden rond eten.
Misschien herken je jezelf in deze blog, maar blijft dat stemmetje toch zeggen: “Bij mij valt het nog wel mee.”
Maar… Je hoeft niet te wachten tot eten nog meer ruimte van je leven inneemt om erover te mogen praten.
Boek vandaag nog jouw afspraak in.
Geschreven door Leen Seminck, diëtist gespecialiseerd in eetstoornissen & ACT, oprichtster Strak Plan.


